Je kunt heel tevreden zijn over iets wat je hebt gemaakt. Totdat iemand er iets over zegt.
Soms is één opmerking genoeg. Ineens zie je dingen die daarvoor helemaal niet opvielen. Een kleur die niet werkt. Een hand die vreemd staat. Een compositie die toch een beetje gek voelt. Dingen waar je vijf minuten eerder nog geen seconde over twijfelde.
Feedback hoort bij het vak. Gelukkig maar. Een frisse blik kan je werk beter maken, nieuwe ideeën opleveren of precies aanwijzen waar iets nog wringt. Maar feedback kan ook iets anders doen: je laten twijfelen aan je eigen gevoel en creatieve ideeën.
Daarom deze rondvraag.
Maakt het uit van wie feedback komt?
Luister je anders naar een opdrachtgever dan naar een collega-illustrator? Zijn er mensen van wie je alles aanneemt? Of juist mensen bij wie je kritisch luistert zonder meteen iets te veranderen?
En hoe weet je wanneer je iets aanpast, of wanneer je denkt: bedankt voor het meedenken, maar dit blijft zoals het is?
Het onderwerp sluit mooi aan bij het interview dat vrijdag verschijnt met uitgever Thille Dop. Zij begeleidt veel makers en geeft regelmatig feedback op werk van anderen. Tegelijkertijd benadrukt ze hoe belangrijk het is dat illustratoren hun eigen keuzes blijven maken.
“Als een illustrator eenmaal aan een boek verbonden is, vindt ik het belangrijk dat er ruimte blijft om eigen keuzes te maken. De uitgeverij begeleidt het proces, maar de illustraties moeten niet veranderen in een afvinklijstje van andermans wensen.”
Vrijdag lees je hier meer over hoe Thille werkt, maar voor nu ben ik vooral benieuwd: Van wie neem jij feedback aan? Waarom juist van die persoon en wat doe je met feedback waar je eerst even van moet bijkomen?
Laat je horen op Instagram en lees en praat gezellig mee met andere illustratoren.