Boekje Open

Uitgever Thille Dop: ‘De illustraties moeten niet veranderen in een afvinklijstje van andermans wensen’

Uitgever Thille Dop: ‘De illustraties moeten niet veranderen in een afvinklijstje van andermans wensen’
Foto: Rob Poortvliet

Je hebt je portfolio op orde, laat je werk op Instagram zien en vraagt je ondertussen misschien af wat een uitgever daar nu precies in hoopt tegen te komen. Moet alles bij elkaar passen? Is één herkenbare stijl belangrijk? En wanneer word je eigenlijk betrokken bij een nieuw kinderboek? Ik vroeg het aan Thille Dop, senior uitgever kinder-, jeugd- en YA-boeken bij Luitingh-Sijthoff.

Samen met redacteur Hannerlie Modderman bouwde Thille het kinderboekenfonds van de uitgeverij op. Inmiddels verschijnen daar boeken voor uiteenlopende leeftijden, met werk van illustratoren als Djenné Fila, Roozeboos, Marieke ten Berge en Linde Faas. Over de illustraties, de samenwerking met auteurs en de keuzes achter een boek kun je heel lang kletsen, zo blijkt uit het gesprek dat ik met Thille had.

Vroeg onderdeel van de plannen

Meestal ontstaat een nieuw project vanuit een tekst, vertelt Thille. Soms heeft een auteur met wie ze vaker werkt een idee, soms krijgt de uitgeverij een manuscript opgestuurd en soms komt er een boek uit het buitenland voorbij. Bij een prentenboek lopen tekst en beeld vanaf het begin meer door elkaar, maar bij andere kinderboeken komt de illustrator meestal later in het proces.

Dat betekent trouwens niet dat er altijd eerst een compleet verhaal op het bureau van Thille ligt als ze gaat nadenken over een illustrator. Een boekomslag moet soms al worden gemaakt terwijl de auteur nog aan het schrijven is.

De reden daarvoor ligt bij de boekhandels. Uitgeverijen presenteren nieuwe titels lang voordat die verschijnen en willen dan al het uiterlijk van het boek laten zien. In de nieuwe folders staan bijvoorbeeld de doelgroep, de prijs, het formaat en het omslag al. Boekverkopers gebruiken die informatie om te bepalen welke titels ze inkopen.

Voor een illustrator kan de eerste opdracht dus beginnen terwijl het verhaal zelf nog niet helemaal vastligt. Zeker als een auteur en illustrator eerder goed hebben samengewerkt, kan zo’n omslag al vroeg onderdeel worden van de plannen.

Een voorbeeld van zo’n bestaande samenwerking is die tussen schrijver Lida Dijkstra en illustrator Djenné Fila. Samen maakten ze onder meer Schaduw van Toet en De wonderverteller. Dat laatste boek kreeg een Gouden Griffel én een Zilveren Penseel.

Eerst de tekst, dan de schetsen

Voor de illustraties in het binnenwerk wacht Thille meestal tot de tekst stevig genoeg staat. Eerst bespreken de auteur, de uitgever en de redacteur de plannen: wordt het een boek met of zonder illustraties? Wat wordt de uitvoering? Wanneer moet het boek verschijnen? Daarna wordt eerst de tekst onder handen genomen. Wanneer het verhaal is geredigeerd en persklaar gemaakt, gaat het naar de illustrator voor het maken van de binnenwerkillustraties

Daar zit een praktische gedachte achter: een woord veranderen kost minder tijd dan een uitgewerkte illustratie opnieuw maken. Als een personage later toch een andere kleur jas krijgt of een scène van locatie verandert, wil je liever niet dat iemand daar al uren aan heeft zitten tekenen.

Gatenproef

Sommige illustratoren vinden het prettig om te werken met een gatenproef. Daarin staat de tekst al ongeveer op de juiste pagina’s en is ruimte vrijgehouden voor het beeld. Zo zie je waar illustraties kunnen komen en hoeveel plek je ongeveer hebt. Thille bespreekt dit soort zaken altijd met de auteur en illustrator.

Vervolgens begint vaak de schetsfase. De uitgeverij bekijkt het eerste werk en betrekt daar zo nodig de auteur bij. Bij fictie gaat het bijvoorbeeld om details die in het verhaal moeten kloppen. Bij non-fictie kunnen feitelijke details extra belangrijk zijn.

“Een illustrator moet de vrijheid hebben om creatief te zijn”, zegt Thille. Als iets inhoudelijk niet klopt, moet er natuurlijk wel ruimte zijn om dat op tijd te bespreken.

Na de schetsen worden de illustraties verder uitgewerkt en brengt een vormgever beeld en tekst samen.

Wat voegt het beeld toe?

Hoeveel beeld een boek krijgt, ligt volgens Thille niet bij voorbaat vast. Lange tijd leek er een duidelijke verdeling te bestaan: veel kleur voor jonge kinderen, daarna zwart-wit en vervolgens steeds minder illustraties. Inmiddels is daar meer ruimte in gekomen.

Bij De wonderverteller koos de uitgeverij bijvoorbeeld voor kleurenillustraties in een boek voor oudere kinderen. Dat is niet vanzelfsprekend, omdat meer beeld en kleur ook invloed hebben op de productiekosten, maar bij dit verhaal vond Thille het passen.

Ook de boeken over Mus en kapitein Kwaadbaard van Kevin Hassing laten zien dat illustraties niet automatisch ophouden zodra lezers ouder worden. Denk maar aan Mus & kapitein Kwaadbaard en De laatste sirene met illustraties van Linde Faas.

Voor Thille is de vraag steeds wat het beeld aan een bepaald boek toevoegt. Dat betekent ook dat niet elk project dezelfde hoeveelheid illustraties krijgt. Soms is een sterk omslag genoeg en soms vraagt een verhaal om meer ruimte voor beeld.

Moet je portfolio één duidelijke stijl hebben?

Misschien heb je weleens naar je portfolio gekeken en gedacht dat het allemaal wat consequenter zou moeten. Minder kleurverschil, minder uitstapjes, duidelijker één handschrift. Thille ziet dat anders:

“Ik vind het juist leuk als illustratoren verschillende dingen laten zien. Anders word je al snel alleen voor hetzelfde soort boeken gevraagd.”

Als ze portfolio’s bekijkt, zoekt ze niet naar een verzameling illustraties die allemaal op elkaar lijken. Juist een ander kleurgebruik, een onverwachte techniek of een beeld dat afwijkt van de rest kan ervoor zorgen dat ze een maker ineens aan een specifiek project koppelt.

Meestal is er een bepaalde stijl uit je portfolio die de uitgever aanspreekt en die hij/zij goed vindt passen bij een manuscript waarvoor een illustrator wordt gezocht. Dat betekent niet dat de uitgever vervolgens zomaar bepaalt welke kant je op moet. Meestal kijk je samen of die stijl inderdaad goed werkt bij het project. Een samenwerking moet voor alle partijen werken, dus voor de illustrator, de auteur en de uitgeverij.

Ook bestaande relaties spelen mee. Soms heeft een auteur zelf al een illustrator in gedachten, soms komt een eerdere samenwerking opnieuw ter sprake en soms ontstaat de combinatie pas nadat de uitgeverij verschillende portfolio’s heeft bekeken.

Instagram, afstudeerwerk en de boekhandel

Nieuwe illustratoren ontdekt Thille op verschillende plekken. Instagram is er daar één van, maar ook afstudeertentoonstellingen, ingezonden portfolio’s en de boekhandel leveren ideeën op.

“Ik kom veel in de boekhandel. Als ik iets zie waarvan ik denk: wat ziet dat er fantastisch uit, dan onthoud ik die naam.”

Soms brengt een auteur iemand onder haar aandacht. Soms komt er rechtstreeks werk binnen. En soms duurt het even voordat een interessante illustrator daadwerkelijk beschikbaar is.

Plezier zie je terug op de pagina

Als een illustrator eenmaal aan een boek verbonden is, vindt Thille het belangrijk dat er ruimte blijft om eigen keuzes te maken. De uitgeverij begeleidt het proces, maar de illustraties moeten niet veranderen in een afvinklijstje van andermans wensen.

“Aan de tekeningen zie je terug of een illustrator er plezier aan heeft beleefd en geïnspireerd raakt door het verhaal.”

Bij Roozeboos zag Thille dat plezier duidelijk terug. De illustrator maakte voor de uitgeverij onder meer Bommel en ik en Ila en de dingen, allebei geschreven door Enne Koens. “Roozeboos ging helemaal los met de illustraties, het plezier spat ervan af. Daar word ik dan ook weer erg blij van.”

Voor Thille draait het uiteindelijk om boeken die kinderen daadwerkelijk willen lezen, zonder dat het saai wordt. “Ik let erop dat ik geen boeken uitbreng ‘over de hoofden van kinderen’. Daarmee bedoel ik de boeken die ouders prachtig vinden, maar kinderen niet graag lezen. Ik zoek echt de combinatie tussen kwaliteit en wat kinderen daadwerkelijk willen lezen. En bij die zoektocht is een illustrator van groot belang. “Soms je als uitgever origineel durven zijn. En dat geldt trouwens net zo goed voor de illustratoren zelf.”

Laat een reactie achter

Reacties verschijnen na korte controle. Geen account nodig.