Boekje Open

Illustrator Janneke Ipenburg over haar boek Vincent: ‘Ik wil mezelf verrassen’

Illustrator Janneke Ipenburg over haar boek Vincent: ‘Ik wil mezelf verrassen’
Foto: Boekje Open

Je hebt een plan, de eerste schetsen staan bij elkaar en gaandeweg krijgt een boek steeds duidelijker zijn vorm. Voor Janneke Ipenburg betekende dat tijdens het maken van Vincent, leven om te schilderen opnieuw kijken naar de verdeling van de scènes, experimenteren met materiaal en keuzes maken uit een compleet kunstenaarsleven. Ik sprak haar over een boek dat uiteindelijk minder spreads kreeg dan ze eerst dacht, het tekenen van volwassen figuren en haar besluit om Vincent van Gogh juist met potlood te verbeelden.

Een eerdere versie van een pagina die nog met acryl is gemaakt. Foto: Janneke Ipenburg

Niet van alles verzinnen

In opdracht van het Kröller-Müller Museum zocht uitgeverij Leopold een illustrator voor een kunstprentenboek over Vincent van Gogh. Leopold koos Janneke en het museum keurde die keuze goed. Ze mocht het boek illustreren én schrijven. Een kunstboek maken stond al langer op haar lijst, dus ze begon met lezen, kijken en verzamelen.

Met Van Gogh kies je niet voor een onderwerp waarbij je van alles kunt verzinnen. Zijn schilderijen zijn wereldberoemd en veel mensen kennen delen van zijn leven. Bij een historische figuur letten lezers bovendien extra goed op details.

Janneke bekeek daarom veel meer schilderijen dan alleen de werken die steeds terugkeren op posters en ansichtkaarten. Ze las zijn biografie en verzamelde informatie over zijn broer Theo en de brieven die de broers elkaar stuurden.

Keuzes maken

In haar eerste opzet wilde Janneke bestaande schilderijen combineren met eigen illustraties. Ze dacht eraan om rondom de werken van Van Gogh verder te tekenen en Vincent zelf een plek in die wereld te geven. Ook het idee van een soort educatie collage-vorm kwam ter sprake.

Tijdens het uitwerken veranderde de vorm van het boek. Iedere spread kreeg een nieuwe illustratie en ook het beschikbare aantal spreads veranderde. Waar Janneke aanvankelijk vanuit twintig spreads werkte, moest ze het verhaal uiteindelijk in zestien spreads vertellen.

Dat betekende teksten inkorten, beelden verplaatsen en opnieuw kiezen welke scènes een plek in het boek kregen. In overleg met het Kröller-Müller Museum besprak Janneke welke gebeurtenissen een eigen spread nodig hadden, welke informatie ze in een paar regels kon vertellen en welke onderdelen binnen het geheel te veel ruimte innamen.

Vincents relatie met Sien kreeg in haar eerste opzet bijvoorbeeld meer aandacht. Janneke vond dit een belangrijk moment om een andere kant van zijn karakter te laten zien: Vincent genoot van het huiselijke leven. Vanuit de wens om het verhaal compacter te maken, verdwenen deze scènes uiteindelijk uit het boek. Ook Theo en de brieven moesten aanwezig zijn, terwijl de broers in het verhaal niet voortdurend samen konden worden afgebeeld.

Het schrijven draaide daardoor vooral om selecteren. “Je hebt de neiging om zijn leven te beschrijven, maar ik heb er uiteindelijk situaties van gemaakt.”

Beetje nep

Janneke werkt vaak met acrylverf en onderzocht eerst of ze voor dit boek dichter bij Van Goghs manier van schilderen kon komen. Het resultaat voelde alleen niet als haar eigen werk.

“Het leek me leuk om in zijn stijl te kruipen, maar het voelde een beetje nep.”

Ze koos daarom voor potlood. De landschappen tekende ze met (kleur)potlood. De tekeningen in het boek van de Nederlandse periode hebben een andere stijl dan die in Frankrijk. “Hoe meer Vincent richting Frankrijk ging, hoe lichter en zonniger de tekeningen werden.” Zo kon ze aansluiten bij de verschillende fases uit Vincents leven en toch haar eigen stijl behouden. 

Foto uit het boek Vincent

Metro’s die nog niet bestaan

Janneke tekent graag landschappen en begon dan ook het liefst met die beelden. De volwassen figuren vroegen meer tekenrondes. Kinderen tekent ze makkelijk, maar bij volwassenen veranderen de verhoudingen en valt sneller op wanneer een arm, houding of gezicht niet helemaal klopt.

Een illustratie met meerdere mannen werkte ze daarom verschillende keren opnieuw uit. De compositie bleef grotendeels staan, maar Janneke bleef schuiven en tekenen totdat de figuren werkten.

Ook tijdens het illustreren bleef ze historische details controleren. Op een van haar schetsen stond bijvoorbeeld een Parijse metro-ingang. De metro werd pas in 1900 geopend, twaalf jaar nadat Vincent Parijs had verlaten. Een klein detail, maar bij een non-fictieboek heel belangrijk.

Eerst waar je zin in hebt

Met een duidelijk plan werken betekent voor Janneke niet dat ze netjes bij spread één begint. Ze pakt liever eerst de onderdelen waar ze het meeste zin in heeft. Bij Vincent waren dat de landschappen en de omslag.

Ook het bekijken en uitzoeken van Van Goghs werk deed ze graag. Toen de materialen, scènes en opbouw eenmaal vaststonden, kon ze gerichter verder. De illustraties hoefden niet op zijn schilderijen te lijken, maar moesten wel passen bij de verschillende plaatsen en periodes uit zijn leven.

Tijdens zo’n lang maakproces blijft Janneke kritisch op haar eigen werk. Wanneer ze veel naar dezelfde tekeningen kijkt en ondertussen werk van andere illustratoren voorbij ziet komen, kan haar eigen beeldtaal ineens minder spannend lijken.

“Ik wil mezelf verrassen en iets nieuws maken, maar uiteindelijk heb je toch een soort eigen beeldtaal. Uiteindelijk heb ik dit kunnen omzetten in een boek dat bij Vincent én bij mijn eigen stijl past.” 

Vincent, leven om te schilderen is verschenen bij uitgeverij Leopold en kost 17,99 euro. De tentoonstelling Van Gogh, al onze schilderijen is van 15 september 2026 tot en met 3 januari 2027 te bezoeken in het Kröller-Müller Museum in Otterlo.

De werkplek van Janneke. Foto’s: Boekje Open

Laat een reactie achter

Reacties verschijnen na korte controle. Geen account nodig.