Zon, zee en een koffer vol boeken. Eigenlijk hoef je niet eens meer echt op reis. Ik reisde in gedachten alvast Europa voor je door en pikte uit zeven landen telkens één illustrator die je moet kennen. Van Engeland tot Tsjechië. En de maker krijgt de hoofdrol, niet het land.
Engeland: Quentin Blake
In Engeland kun je om Quentin Blake niet heen. Quentin tekent met pen en waterverf, in losse, snelle lijnen. Een uitgestoken hand of een opgetrokken schouder: met een paar halen zet hij een houding of een gevoel neer. Veel mensen kennen hem van de boeken van Roald Dahl, maar hij maakte ook eigen werk. In Clown uit 1995, in het Nederlands Het clowntje, vertelt hij een heel verhaal zonder woorden: een weggegooide speelgoedclown klimt uit de vuilnisbak en gaat de stad in, op zoek naar een huis. In 2002 kreeg Quentin de Hans Christian Andersen Award, de hoogste onderscheiding voor illustratoren.
Zweden: Pija Lindenbaum
De Zweedse illustrator Pija Lindenbaum tekent kinderen die niet zoet hoeven zijn. Chagrijnige types, verlegen types, kinderen die dwarsliggen. Juist die vindt ze het interessantst, want die begrijpt ze naar eigen zeggen het best. Pija werkt met waterverf en pen en inkt, met scheve hoeken en onverwachte standpunten, en een handgeschreven lettertype dat het geheel iets intiems geeft.
Haar bekendste boek is Julia en de grijze wolven, in het Zweeds Gittan och gråvargarna. Julia zit op de crèche en durft weinig: niet op het dak klimmen, niet over een plas springen, geen worm vasthouden. Tijdens een uitstapje raakt ze verdwaald in het bos en komt ze tegenover een roedel grijze wolven te staan. In plaats van bang te worden neemt ze de leiding. De wolven eten haar moddersoep, plassen braaf bij hun bomen en krijgen slaapliedjes voor het naar bed gaan. In Zweden kreeg het boek de Augustprijs, de belangrijkste literatuurprijs van het land.
Van Julia maakte Pija een hele reeks, met daarin ook Julia en de domme schapen en Julia en de elandbroertjes. In Nederland geeft Hoogland & Van Klaveren haar werk uit, in vertaling van Cora Polet. Van haar boek Siv gaat logeren kwam zelfs een Nederlandse speelfilm, met Barry Atsma.

Finland: Tove Jansson
De Moemins komen van Tove Jansson, illustrator en schrijver uit het Zweedstalige deel van Finland. Ze tekende haar wereld in fijne pentekeningen en veel zwart op wit. Voor de zomervakantie is Hoe de zomer begon uit 1954 een lekker sfeertje. Deze is in het Nederlands uitgegeven door Clavis. Vlak voor midzomernacht barst de vuurberg uit en spoelt een vloedgolf de Moeminvallei onder. De Moemins belanden in een rondvarend theatertje. Tove kreeg in 1966 de Hans Christian Andersen Award. Vanaf 2025 kun je de film The Summer Book bij Prime Video bekijken:
Duitsland: Wolf Erlbruch
De bekendste illustrator uit Duitsland was voor mij Wolf Erlbruch. Hij werkte met collage en lijn, en geeft dieren net iets menselijks: een mol met een bril, dieren die af en toe kleren dragen. Zijn beroemdste boek is Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft, met tekst van Werner Holzwarth. Een mol steekt zijn kop boven de grond en krijgt een drol op zijn hoofd. Hij gaat langs de duif, het paard, de haas, de geit, de koe en het varken, en elk dier laat zien hoe zijn eigen poep eruitziet. Twee vliegen wijzen aan het eind de dader aan. In het Nederlands geeft C. de Vries-Brouwers het uit, en er gingen intussen meer dan twee miljoen exemplaren over de toonbank. Wolf kreeg in 2006 de Hans Christian Andersen Award en was in 2017 de eerste Duitser die de Astrid Lindgren Memorial Award won.

Italië: Beatrice Alemagna
Beatrice Alemagna werd geboren in Bologna en woont in Parijs. Ze wisselt per boek van techniek: potlood, verf, collage, soms borduursel door elkaar. In Un grand jour de rien, in het Engels On a Magical Do-Nothing Day, zit een jongen in een vakantiehuis. Het regent, hij laat zijn spelcomputer in de vijver vallen en gaat mokkend het bos in, waar de wereld opengaat. De New York Times koos het in 2017 tot een van de tien best geïllustreerde kinderboeken van het jaar. Persoonlijk is haar stijl mijn favoriet uit dit lijstje. Ik weet dat er veel mensen fan zijn van Tove, ik ben groot fan van Beatrice.
Polen: Aleksandra en Daniel Mizieliński
Het Poolse duo Aleksandra en Daniel Mizieliński ontwerpt boeken vanuit hun eigen studio. Hun bekendste werk past precies bij een reis: Atlas, in 2013 in het Nederlands uitgegeven door Lannoo. Meer dan 50 met de hand getekende kaarten, en op elke kaart honderden kleine illustraties: gerechten, dieren, gebouwen, typische namen. Je reist van IJslandse geisers naar Mexicaanse Mayasteden zonder van de bank te komen. Aleksandra en Daniel kregen er onder meer de Prix Sorcières en de Premio Andersen voor.

Tsjechië: Květa Pacovská
Květa Pacovská maakte boeken die je net zo goed een kunstobject kunt noemen. Felle vlakken rood, zwart en wit, geometrische vormen, uitgestanste gaten, vouwen en spiegels. In Der kleine Blumenkönig, in het Engels The Little Flower King, heeft een klein koninkje een rijk vol tulpen, maar geen prinses. Die vindt hij uiteindelijk in een tulpenkelk. Het boek won in Nederland een Zilveren Penseel. Květa kreeg in 1992 de Hans Christian Andersen Award. Haar boeken verschijnen vooral in het Duits en Engels bij minedition.

Welk land mis je nog in dit rijtje, en welke illustrator zou jij erbij zetten? Laat het me weten in de comments. Ik heb al een tweede deel klaarstaan, dus ik ben benieuwd of je op dezelfde landen en illustratoren uitkomt!